Kanovereniging Uitgeest Kanovereniging Uitgeest       Neem de tijd pak de kano

Branding

Castricum, oktober 2018

Onlangs fietste ik weer eens naar de brandingloods, na een melding van Anoushka over swell, windstilte en weinig stroming. Zoiets als de ideale omstandigheden om branding te varen. Ik ben een soort van slapend lid. 1 of 2 keer per jaar kom ik nog in actie, om branding te varen. Zoals deze keer dus. Op een zonnige septemberavond in 2018.

Vroeger deed ik dat vaker. We leefden voor de branding.

1 keer per week togen we naar de loods aan zee, weer of geen weer, wind of storm, koud of koud. Het duurde jaren voordat ik enigszins kon eskimoteren, laat ik het houden op 50 procent van de gevallen. Wat heb ik gezwommen, steeds maar weer uit die boot en achter de gele banaan richting kust. Om me te wapenen tegen de kou had ik een afgeknipt duikpak van een paar mm dik neopreen. Het pak was zo krap dat ik mouwen, beenstukken en hoofd eraf had geknipt. Wat overbleef was een soort rompertje dat zo strak zat dat ik nauwelijks kon bewegen en weinig adem kon halen. Door het hoofdstuk over m’n hoofd te wurmen hoorde ik het constante suizen van m’n oren, alsof ik in een waas peddelde. De mouwen had ik over m’n voeten getrokken. Ik herinner me een ijzige aflevering waarin ik in het water belandde dat zo koud was dat m’n armen en benen leken af te sterven, alleen m’n romp bleef warm (nou ja, warm…), dankzij die maffe romper.
Zo zat ik dus in die brandingboot. In de winter voeren we door. Langs de kustlijn strompelend met afgedreven boten, gegeseld door wind en zand en kou. De enige warmte kwam van de lauwe pis die ik langs m’n benen liet stromen wanneer ik met al m’n kracht de boot had geleegd en me klaarmaakte om weer in te stappen. De omstandigheden waren ook onaards mooi. De imposante omgeving wanneer de zee grijsgroen is, de horizon donkergrijs en een paar zonnestralen door het wolkendek breken en je omringd bent door bulderende golven. Begeleid door de onnavolgbare broers Zaal, wie letterlijk geen zee te hoog ging. Anoushka en ik keken vol ontzag naar hun capriolen.
Hoe vaak had ik me niet met moeite door de branding heen geworsteld om oog in oog te komen met een golfdal dat dieper en dieper werd omdat het leeggezogen werd door de cumulerende gof erboven waarvan de zich opensperrende muil in omvang toenam en toenam om zich op het toppunt totaal over me heen te storten. Je ziet ‘m komen en je weet: er is geen ontkomen aan. Juiste tijd, juiste plek, verkeerde techniek. Eskimoteren ho maar. Zo snel mogelijk uit die boot, totaal gewasmachineerd en zwemmen maar weer. In je romper.
Meestal drupte er twee dagen later bij het vastmaken van m’n veters nog zout, naar mosselen smaken water, uit m’n voorhoofdsholte. In de beginjaren was het vaste prik om op woensdagavond na het varen vette frieten te eten bij Blinkers. Blinkers is natuurlijk al lang niet meer, ook de loods is nu opgeheven. Maar we bleven maar gaan. Met elke keer weer de angst van de eerste keer eskimoteren: gaat het lukken? Kan ik het nog? Totale stress bij het moedwillig omgaan, wat enger is dan overhoop gegooid te worden door een monstrueuze golf.

Maar goed, ik ging dus weer een keer. En ja, ik kreeg dat gevoel weer, dat zo bekende rare gevoel dat me altijd bekroop als ik langs de duinen fietste richting de loods. Een onbeschrijfbare kriebel, een soort verwilderd gevoel van vrijheid dat over me kwam bij het aanschouwen van de roder wordende zon schuin boven de duinen. De verwachting… Zullen er golven zijn, hoe hoog zullen ze zijn, ga ik het redden, ga ik op de golven kunnen rijden of nemen ze me op en spugen ze me weer uit?

En ja, het was weer een perfecte avond. En ja, ik moest weer zwemmen. En ja, uiteindelijk durfde ik te eskimoteren, zo vaak dat ik er duizelig van werd.En ja, het zout droop 2 dagen later nog uit een holte ergens boven mijn neus. En ja, de swell was geweldig en de omstandigheden perfect, zoals door Anouska voorspeld via haar informatiebronnen op het Internet.

Het brandingvaren heeft ruim een decennium een onuitwisbare indruk op me achtergelaten. Het is met niets te vergelijken. De nabijheid van de duinen, het strand, de mensen. Het is een voorrecht. Ik noem een paar van de harde kern: Lieven Bracken, de eskimoteermaster. Maarten, de zelfbotenbouwer met inmiddels andere hobby's. Jan Zaal, de genieter en oermens die altijd klaarstaat met tips. Zijn broer Rene, de golfkunstenaar. Rene van der Zwan, de stylist en kano-expert. Kasper, die eenieder altijd een grote glimlach op het gezicht toverde met zijn roze helm, verweerde geelblauwe zwemvest en kinderlijk gelukkige grijns op zijn gezicht. Zijn maatje Dick met pet onder de helm (toch?). Wieger, de zoutvreter en meesterkanoer (respect!). Anoushka, met wie het allemaal begon. En eindigde. Met oproepen en voorspellingen. Alle anderen die zich door de zee hebben laten vertroetelen en kastijden.

Ik heb inmiddels ook andere hobby's. Met het verdwijnen van de zeeloods is dit voor mij het moment om het lidmaatschap op te zeggen, wat inmiddels is gebeurd. Al jaren liggen er 2 zeekano’s in de tuin. Ik vaar niet meer. Misschien over een paar jaar weer, wie weet. De zee blijft trekken. Het was geweldig! Chris Groot